Na de NAVO, een nieuwe kans voor Europa

Gepubliceerd op 17 januari 2026 om 10:00

Europa staat voor een paradox die we te lang hebben willen ontkennen. Hoe meer we roepen dat “de Europese veiligheid” heilig is, hoe duidelijker het wordt dat we die veiligheid niet zelf beheren. Ze is uitbesteed—aan een alliantie die ooit logisch was, maar die vandaag wankelt onder het gewicht van een veranderde wereld én een veranderde Verenigde Staten.

 

De schok komt niet alleen uit het oosten, maar opnieuw uit het westen. We hoeven niet langer te doen alsof de grootste dreiging voor Europese stabiliteit noodzakelijk “Poetin” heet. De realiteit is ongemakkelijker: het Atlantische fundament waarop Europa na 1945 ging staan, vertoont barsten. En wie dat niet ziet, wil het niet zien.

 

Neem Groenland. Wat jarenlang een curiositeit was—een strategische ijsvlakte met radarinstallaties en symbolische vlaggen—dreigt plots het breekpunt te worden van een bondgenootschap dat zichzelf graag “waardengemeenschap” noemt. Wanneer een NAVO-lidstaat druk zet op een ander NAVO-lidstaat over territorium, en daarbij de grenzen van soevereiniteit en internationaal recht als onderhandelbare details behandelt, dan gaat het niet meer over “meningsverschillen”. Dan gaat het over de kern: wat is een alliantie waard als ze intern niet eens meer kan garanderen dat leden elkaars territoriale integriteit respecteren?

 

Wie daarop wijst, krijgt twee voorspelbare reacties. Enerzijds het doemdenken: politici en commentatoren die de Europese burger uitleggen dat “zonder Amerika” de Russische tanks binnen de week in Brussel staan. Alsof de Europese geschiedenis een kleuterprent is van een kwaadaardige beer die alleen met een Amerikaanse oppas in bedwang gehouden kan worden. Anderzijds is er de slaafse reflex: nóg meer onderwerping, nóg sneller ja knikken, nóg harder bewijzen dat we braaf zijn. De Mark Rutte-houding, zeg maar: de houding van de echtgenoot die ontdekt dat hij bedrogen werd—en vervolgens zijn overspelige partner een boeket bloemen brengt, uit angst dat zij anders voorgoed wegloopt.

Maar wat als het falen van de NAVO niet het einde van Europa is, maar het begin van volwassenheid?

 

De Monroe-doctrine: het Westen keert terug naar zijn eigen tuin

De Amerikaanse koerswijziging is geen incident. Ze is een strategie. De herleving van een agressieve Monroe-doctrine—“dit halfrond is van ons”—is niet zomaar retoriek, maar een heroriëntatie van prioriteiten. De boodschap is helder: de Verenigde Staten willen hun macht herconcentreren in de eigen invloedssfeer, terwijl bondgenoten elders worden herleid tot instrumenten of lastposten, afhankelijk van het moment.

 

Voor Europa betekent dit twee dingen. Ten eerste: de Amerikaanse aandacht is conditioneel geworden. Ten tweede: het Amerikaanse begrip van “alliantie” is transactioneel. Veiligheid wordt een dienst, geen gedeelde lotsverbondenheid. Wie betaalt, krijgt bescherming. Wie te veel eigen wil toont, krijgt druk.

 

Groenland past perfect in die logica. Het is geen romantisch debat over een eiland, maar een test van macht: kan Washington een Europese bondgenoot dwingen tot toegevingen in een strategische zone? Zo ja, dan is de NAVO geen pact van gelijken, maar een hiërarchisch systeem waarin de sterkste zijn zin krijgt—ook tegenover “vrienden”.

 

Europa kan dan blijven jammeren, of het kan concluderen wat eigenlijk al jaren waar is: een veiligheidsarchitectuur die afhankelijk is van de grillen van een externe macht, is geen architectuur. Het is een huurcontract—en de verhuurder kan morgen de prijs verdubbelen of de sleutel terugvragen.

 

Twee valse keuzes: paniek of onderwerping

Het publieke debat beweegt vandaag tussen twee karikaturen.

De eerste is paniek. Het doemscenario dat Europa zonder Amerika per definitie weerloos is. Dat we gedoemd zijn tot capitulatie, of tot een permanent noodtoestand-regime waarin elke sociale prioriteit wordt opgeofferd aan defensiebudgetten, zonder dat er ooit een coherent plan komt dat Europa werkelijk veiliger maakt.

 

De tweede karikatuur is onderwerping. We zien politici die “strategische autonomie” mompelen, maar in de praktijk blijven handelen alsof Europese belangen identiek zijn aan Amerikaanse belangen—zelfs wanneer de feiten het tegendeel schreeuwen. Alsof het Europese project niet het voortbestaan van onze beschaving moet dienen, maar het managen van Washingtons verwachtingen.

 

Beide houdingen zijn intellectueel gemakzuchtig. Ze ontslaan ons van de moeilijke vraag: wat willen wij eigenlijk? En welk veiligheidsmodel past bij Europese belangen—niet bij Atlantische sentimenten?

 

Een vergeten idee: Löser en de neutraliteit als veiligheidsstrategie

Op dat punt wordt een oude, bijna vergeten denklijn plots relevant. Niet omdat we nostalgisch naar de Koude Oorlog moeten kijken, maar omdat bepaalde strategische principes tijdloos zijn.

 

De gepensioneerde West-Duitse Bundeswehr-generaal Jochen Löser was een scherpe criticus van de NAVO-doctrine die rekende op “voorwaartse verdediging” en de mogelijkheid van tactische kernwapens om een conventionele doorbraak te stoppen. In plaats daarvan verdedigde hij een alternatief dat voor sommigen radicaler klonk dan het in wezen is: territoriale defensie naar het model van Zwitserland (en destijds ook Joegoslavië). Het kernidee: een defensiesysteem dat zó is opgebouwd dat het nauwelijks offensief kan worden ingezet, maar extreem duur en riskant is om aan te vallen.

 

Löser ging verder. Hij bepleitte een neutrale confederatie van continentaal Europese staten—een “neutrale gemeenschap van soevereine staten”—die uit de bloklogica zou stappen. In zijn voorstel omvatte dat toen o.a. de twee Duitslanden, de Benelux, Oostenrijk, en diverse Midden- en Oost-Europese landen. De essentie was niet het exacte lijstje (dat was historisch bepaald), maar het principe: een neutrale zone in het hart van Europa, vrij van buitenlandse troepen, vrij van kernwapens op eigen grondgebied, beschermd door een defensiestructuur die agressie ontmoedigt en tegelijk de angst van de buren vermindert.

 

Daarbij hoorde een tweede principe: neutraliteit is niet hetzelfde als zwakte. Neutraliteit kan een bewuste, gewapende keuze zijn. Niet “we kiezen niemand”, maar “we kiezen onszelf”—en we organiseren onze veiligheid zó dat we niemand hoeven te bedreigen om veilig te zijn.

 

Dit idee verdient vandaag herwaardering. Niet als blauwdruk die we letterlijk kopiëren, maar als richting: een continentaal Europees veiligheidsmodel dat niet gebouwd is op escalatie, maar op afschrikking en onneembaarheid; niet op expeditionaire avonturen, maar op territoriale bescherming; niet op blokdenken, maar op neutraliteit als stabiliserende factor.

 

Hoe zou een continentaal Europese alliantie eruitzien?

Laat ons concreet zijn. Een neutrale, continentale Europese alliantie is geen poëtische slogan. Ze vergt institutionele keuzes, doctrine, geld, en vooral: politieke ruggengraat.

1) Het neutraliteitsprincipe: Zwitserland als attitude, niet als folklore

Neutraliteit betekent in deze context:

  • Geen buitenlandse bases en geen structurele afhankelijkheid van niet-Europese strijdkrachten op ons grondgebied.
  • Geen deelname aan “regime change”-operaties buiten Europa. Geen Irak, geen Libië, geen Syrië-achtige avonturen die chaos exporteren en migratie importeren.
  • Geen ideologische missiepolitiek die buitenlandse conflicten moraliseert en daarmee eindeloos verlengt.
  • Wel: actieve diplomatie, handelsrelaties, en een veiligheidsbeleid dat voorspelbaar is voor buren en rivalen.

Cruciaal: neutraliteit werkt alleen als ze geloofwaardig is. Dat betekent dat je je defensie niet inruilt voor pacifistische leuzen, maar dat je een gewapende neutraliteit ontwikkelt: afschrikking door capaciteit, niet door bravoure.

 

2) Territoriale defensie: “structureel niet-agressief”, maar keihard verdedigbaar

De kracht van territoriale defensie zit in een eenvoudig inzicht: een invasie is alleen aantrekkelijk als ze snel kan zijn. Als je de aanvaller dwingt tot een lange, dure, logistiek verstikkende operatie—dan wordt oorlog irrationeel.

Een Europees model van territoriale defensie zou omvatten:

  • Massieve reservistenstructuren (geen symbolische reservisten, maar een echte tweede schil) die snel kunnen mobiliseren.
  • Decentrale defensie: niet alles concentreren in enkele kwetsbare bases, maar verspreide capaciteit die moeilijk te vernietigen is met een eerste klap.
  • Lucht- en raketverdediging als prioriteit, omdat moderne oorlog draait om het uitschakelen van infrastructuur.
  • Anti-toegang en gebiedsontzegging: systemen die het voor een vijand gevaarlijk maken om überhaupt binnen te komen—op land, zee en in de lucht.
  • Civiele weerbaarheid: bescherming van energie, communicatie, logistiek, voedselvoorziening, en publieke orde. Een samenleving die niet onmiddellijk verlamt, is een samenleving die moeilijk te breken is.

Dit is geen romantiek. Dit is het verschil tussen “we hopen dat iemand ons redt” en “we zijn een stekelige egel die je beter laat liggen”.

 

3) Denuclearisatie van het strijdtoneel—maar mét Europese afschrikking

Löser zag denuclearisatie van het neutrale gebied als sleutel: geen kernwapens op het eigen grondgebied, geen buitenlandse kernwapens, geen nucleaire escalatieladder als standaardstrategie.

Toch blijft de vraag: kan Europa zonder nucleaire afschrikking? In realiteit: het continent hééft al nucleaire capaciteit, met Frankrijk als centrale factor. Een continentale alliantie kan dit op twee manieren benaderen:

  • Franse onafhankelijke afschrikking als Europese achtervang, strikt defensief geduid, zonder nucleaire “forward posture” of theater-nukes die escalatie aantrekkelijk maken.
  • Of: een Europees nucleair kader dat niet dient om macht te projecteren, maar om te verhinderen dat iemand denkt dat Europa zonder ultieme tegenmacht is.

Het sleutelwoord is doctrine: defensief, voorspelbaar, en gekoppeld aan neutraliteit. Niet “dreigen om te domineren”, maar “afschrikken om met rust gelaten te worden”.

 

4) Politieke vorm: een confederale alliantie van soevereine staten

Hier raakt Löser een gevoelig punt: Europa hoeft geen superstaat te worden om zichzelf te verdedigen. Het kan ook confederaal: soevereine landen die één defensiearchitectuur bouwen.

Dat betekent:

  • Een Europees Veiligheidsraad (confederaal) met vetorechten voor kernbeslissingen (oorlog, buitenlandse inzet, verdragswijzigingen).
  • Een gezamenlijk commando voor territoriale verdediging, met standaardisatie van training, interoperabiliteit en logistiek.
  • Gezamenlijke aankoop en productie van cruciale systemen—maar niet om “wereldmacht” te spelen; om niet afhankelijk te zijn van Amerikaanse leveringspolitiek.

De winst is dubbel: je behoudt politieke eigenheid, maar je vermijdt dat elk land afzonderlijk te klein en te kwetsbaar is.

Waarom neutraliteit Europa veiliger kan maken—ook tegenover Rusland

Hier komen we bij het punt dat in Brussel en in veel media bijna taboe is: veiligheid is niet alleen een kwestie van wapens, maar ook van dreigingsperceptie.

Voor Rusland is de NAVO—historisch en strategisch—een existentiële factor. Je hoeft niet “pro-Russisch” te zijn om te erkennen dat grootmachten reageren op nabijheid van vijandige structuren. Dat is geen moraal, dat is geopolitiek. De oorlog in Oekraïne is een complex conflict met vele oorzaken, maar het is moeilijk te ontkennen dat de Russische veiligheidsobsessie rond NAVO-uitbreiding en militaire infrastructuur in de nabijheid een centrale rol speelt in het Kremlin-denken.

Een continentaal Europees neutraliteitsmodel verandert de logica:

  • Europa wordt geen vooruitgeschoven platform van een externe supermacht.
  • Europa wordt geen ideologische speerpunt die Rusland omsingelt in naam van “democratie-export”.
  • Europa wordt een autonome, verdedigbare buffer die oorlog voor iedereen duur maakt, en vrede voor iedereen rationeler.

Dat betekent niet dat we Rusland “vertrouwen”. Het betekent dat we de prikkel tot escalatie verminderen. Neutraliteit is geen naïviteit; het is het creëren van een strategische omgeving waarin agressie minder loont.

 

En het Midden-Oosten? Stop met brandstof op vuur gooien

Het tweede grote voordeel van een continentale koerswijziging is dat Europa eindelijk kan stoppen met het importeren van chaos.

De reeks interventies en regime change-projecten in het Midden-Oosten—Irak, Libië, Syrië, Afghanistan—heeft niet geleid tot stabiliteit. Ze heeft staten verzwakt, machtsvacuüms gecreëerd, radicalisering gevoed, en migratiestromen losgemaakt. Europa betaalt de prijs: demografische druk, sociale spanningen, criminaliteit, en reële veiligheidsrisico’s door terrorisme en netwerken die floreren in instabiliteit.

In de huidige NAVO-logica is Europa vaak meeloper: we legitimeren projecten die primair passen in Amerikaanse of bredere Atlantische strategische belangen. Zelfs wanneer het ons direct schaadt.

Een neutraal Europees veiligheidsmodel zou een andere reflex creëren:

  • Stabiliteit boven moralistische kruistochten.
  • Grenzen en interne veiligheid als prioriteit.
  • Regionale diplomatie in plaats van “we bombarderen tot er democratie verschijnt”.
  • En vooral: de erkenning dat Europa geen eiland is. Wie oorlog in de periferie aanwakkert, krijgt de echo thuis.

“Samen te sterk om aan te vallen”—maar niet te arrogant om te overleven

 

Critici zullen zeggen: “neutraliteit maakt ons kwetsbaar”. Dat is een misverstand. Kwetsbaarheid ontstaat wanneer je zwak bent én provocerend. Een neutraal, gewapend, coherent Europa is het tegenovergestelde.

Kijk naar de harde parameters:

  • Continentaal Europa heeft enorme economische massa.
  • Het heeft industriële potentie (die we wel opnieuw moeten activeren).
  • Het heeft technologische capaciteit.
  • Het heeft—via Frankrijk—nucleaire afschrikking.
  • En het heeft geografische diepte die, mits territoriale defensie, een nachtmerrie kan zijn voor elke aanvaller.

De paradox is dat we vandaag tegelijk provocerend én afhankelijk zijn: we zijn onderdeel van een blok dat door Rusland als vijandig wordt gezien, terwijl we ondertussen niet eens zelfstandig kunnen beslissen over de voorwaarden van onze eigen veiligheid. Dat is het slechtste van twee werelden.

 

Een continentaal Europese alliantie met neutraliteit als kern zou het beste van twee werelden kunnen bieden: sterk genoeg om onaantastbaar te zijn, en neutraal genoeg om geen existentiële dreiging te vormen—noch voor Rusland, noch voor de Amerikanen.

 

En ja: ook tegenover de Verenigde Staten geeft dit stabiliteit. Want wat is voor Washington uiteindelijk het lastigste? Niet een Europa dat volwassen is, maar een Europa dat tegelijk afhankelijk is en klaagt. Een Europa dat zijn eigen regio ordent, zijn eigen defensie draagt, en geen mondiale ambities heeft, is voor Amerika op lange termijn minder een probleem dan een Europa dat telkens opnieuw een moreel drama maakt van Amerikaanse prioriteiten.

 

De echte keuze: Europese volwassenheid

Dit opiniestuk is een pleidooi voor volwassenheid. De Verenigde Staten handelen zoals grootmachten handelen: in functie van zichzelf. Europa moet eindelijk leren hetzelfde te doen—zonder imperialisme, zonder missionaire pretenties, maar met zelfrespect.

 

De NAVO dreigt niet te falen omdat “het Westen” moreel instort, maar omdat de historische voorwaarden die haar droegen veranderen: de Amerikaanse focus, de geopolitieke assen, de interne cohesie. Groenland is niet de oorzaak, maar het symbool: een alliantie die zelfs binnen de eigen familie plots territoriale spanning draagt, kan niet eeuwig doorgaan alsof ze onaantastbaar is.

 

De vraag is niet of Europa ooit gedwongen zal worden om op eigen benen te staan. De vraag is enkel: doen we het ordelijk, strategisch en in ons eigen voordeel—of pas nadat paniek en improvisatie ons tot slechte keuzes dwingen?

 

Na de NAVO kan Europa iets worden wat het te lang niet durfde zijn: een continent dat zichzelf verdedigt, zijn belangen definieert, en vrede nastreeft vanuit kracht—niet vanuit afhankelijkheid.


Sacha Vliegen



Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.