De spiraal van geweld: van imperiale oorlog naar binnenlandse ontwrichting

Gepubliceerd op 26 januari 2026 om 16:05

1. Imperium en normalisering van uitzonderingen

 

Beschavingen sterven zelden in één catastrofale slag. Ze verglijden. Hun normen verschuiven, hun taal verandert, hun uitzonderingen worden regels. Wat ooit ondenkbaar was, wordt eerst bespreekbaar, dan verdedigbaar, en uiteindelijk vanzelfsprekend. Het Westen, met de Verenigde Staten als zijn machtigste politieke en militaire drager, lijkt zich in zo’n fase van tragische normalisering te bevinden. Oorlog is niet langer een tijdelijk middel, maar een permanente toestand; noodmaatregelen zijn geen tijdelijke afwijkingen meer, maar structurele instellingen. In die context wordt geweld niet afgeschaft, maar geherdefinieerd: klinisch, technologisch, juridisch afgedekt, moreel afgevlakt.

 

De twintigste en eenentwintigste eeuw hebben een lange keten van interventies voortgebracht waarin de Verenigde Staten hun macht uitoefenden in Irak, Afghanistan, Guantánamo, Syrië, Libië en elders. In elk van die contexten werd een rechtsvrije ruimte gecreëerd waarin detentie zonder proces, “verhoortechnieken” die foltering benaderen of overschrijden, collectieve bestraffing en massaal burgerleed als noodzakelijk kwaad werden voorgesteld. De taal van de mensenrechten bleef bestaan, maar werd losgekoppeld van haar universalistische grond. Zij gold voortaan conditioneel: voor wie binnen de morele gemeenschap viel, niet voor wie daarbuiten werd geplaatst.

 

Hier begint de spiraal. Want wanneer een staat leert dat het mogelijk is groepen mensen uit de rechtsorde te verwijderen zonder zijn legitimiteit te verliezen, dan is de grens tussen uitzondering en regel principieel doorbroken. Het geweld dat men aan de periferie normaliseert, keert onvermijdelijk terug naar het centrum.

2. Buitenlandse wreedheid als leerschool

 

De beelden uit Abu Ghraib, de eindeloze detenties in Guantánamo, de nachtelijke raids in Afghanistan, de verwoesting van steden in Syrië en Libië: zij vormden geen incidenten, maar symptomen van een dieperliggend proces. De rechtsstaat werd tijdelijk opgeschort, en in die opschorting werd een nieuw bestuursmodel getest. Men leerde hoe men mensen kon vasthouden zonder aanklacht, hoe men kon ondervragen zonder verantwoording, hoe men kon doden zonder persoonlijke verantwoordelijkheid. De bureaucratie van geweld werd verfijnd, gejuridiseerd en technologisch ondersteund.

 

Wat hier werd geoefend, was niet enkel militaire macht, maar een vorm van bestuur: het beheer van lichamen en angsten, het organiseren van straffeloosheid, het creëren van zones waar de wet niet geldt. Hannah Arendt heeft in haar analyse van het totalitarisme benadrukt dat de ontzegging van rechten aan een minderheid geen randverschijnsel is, maar de eerste structurele stap naar een systeem waarin recht zelf zijn universele karakter verliest. Zodra “de mens” niet langer drager van rechten is, maar slechts de “burger” of de “gewenste burger”, wordt het juridische fundament contingent.

3. De boemerang: binnenlandse repressie

 

Die logica heeft zich intussen naar binnen gekeerd. De militarisering van politie, de permanente surveillance, de uitbreiding van noodbevoegdheden: zij weerspiegelen technieken en mentaliteiten die in oorlogszones werden ontwikkeld. Het meest pregnante voorbeeld is de rol van Immigration and Customs Enforcement (ICE). Oorspronkelijk opgericht als administratieve handhavingsdienst, functioneert ICE steeds meer als een quasi-militaire organisatie met verregaande bevoegdheden en beperkte democratische controle.

 

Recente wetgevende en beleidsmatige verschuivingen hebben ICE in staat gesteld om woningen binnen te gaan op basis van administratieve bevelen, om mensen langdurig vast te houden zonder strafrechtelijke aanklacht, en om detentiecentra te beheren waar de facto een rechtsvrije toestand heerst. Dit botst met de kern van een constitutionele democratie, die berust op rechterlijke toetsing, scheiding der machten en het beginsel dat vrijheidsberoving slechts kan plaatsvinden na een onafhankelijke juridische beoordeling. Wanneer de uitvoerende macht zichzelf de bevoegdheid toekent om deze waarborgen te omzeilen, wordt de rechtsstaat niet afgeschaft, maar uitgehold.

 

Hier voltrekt zich precies wat Arendt beschreef: de creatie van een categorie mensen die buiten de rechtsorde valt. Vandaag zijn dat “illegale” migranten. Maar de structurele betekenis reikt verder. Zodra het principe is aanvaard dat een overheid groepen kan behandelen alsof zij geen volwaardige rechtssubjecten zijn, is het onderscheid tussen binnen en buiten, tussen burger en niet-burger, slechts een administratieve variabele. Het recht verliest zijn morele onvoorwaardelijkheid en wordt een instrument van beleid.

 

De introductie van technologieën die op afstand het dagelijkse leven kunnen reguleren, versterkt deze tendens. Wetgeving die toelaat voertuigen elektronisch te beperken of uit te schakelen, wordt voorgesteld als veiligheidsmaatregel, maar impliceert een fundamentele machtsverschuiving: de staat verwerft directe controle over de mobiliteit van individuen. Wat als bescherming wordt verkocht, kan in een andere politieke constellatie tot dwangmiddel worden.

4. Thucydides en de tragiek van de democratie

 

Deze ontwikkeling is niet nieuw. Thucydides beschreef in zijn geschiedenis van de Peloponnesische Oorlog hoe Athene, de bakermat van de democratie, in de greep van imperiale ambitie en existentiële angst zijn eigen normen ondergroef. In de Melische dialoog verwoordden de Atheners een logica die elke morele pretentie had afgelegd: macht bepaalt recht, en de zwakke heeft geen aanspraak op gerechtigheid tegenover de sterke. Wat begon als verdediging van vrijheid, eindigde in de vernietiging van onschuldige gemeenschappen en in een interne verharding die de democratische orde zelf aantastte.

 

De oorlog, zo toont Thucydides, corrumpeert niet alleen instellingen, maar taal en denken. Woorden veranderen van betekenis; voorzichtigheid wordt lafheid, gematigdheid zwakte, brutaliteit moed. In zo’n klimaat wordt de uitzondering permanent, en de noodtoestand een bestuurlijke modus. Het is een tragische ironie dat juist democratieën, die hun legitimiteit ontlenen aan vrijheid en recht, in tijden van crisis geneigd zijn diezelfde principes te offeren.

5. Spengler en de imperiale uitputting

 

Oswald Spengler zag in de westerse beschaving een cultuur die haar creatieve fase had verlaten en in een stadium van technocratische verstarring was beland. Democratische vormen blijven bestaan, maar de geest die hen bezielde, verflauwt. Macht concentreert zich, bestuur wordt administratief, en vrijheid wordt herleid tot een functionele categorie. Het imperium rekt zich uit over de wereld, maar verliest intern samenhang en vertrouwen. Dit is de klassieke imperiale overstretch: een combinatie van externe expansie en interne erosie.

 

In zo’n context wordt technologie het substituut voor morele overtuiging. Waar gemeenschappelijke waarden ontbreken, treedt controle in hun plaats. De staat vertrouwt niet langer op instemming, maar op beheersing.

 

6. Het nieuwe wapen en de ontlichaming van geweld

 

De ontwikkeling en inzet van gerichte akoestische en energetische systemen past in deze evolutie. Het zijn wapens die niet primair doden, maar ontregelen: het zenuwstelsel, het evenwicht, de oriëntatie. Zij belichamen een nieuw type macht, waarin het lichaam niet wordt vernietigd, maar tijdelijk uitgeschakeld.

 

Getuigen en medische rapporten beschrijven hoe het geluid niet alleen pijnlijk is, maar desoriënterend: een scherpe druk in de schedel, een plots verlies van evenwicht, misselijkheid, paniek, soms bloedneuzen en tijdelijke verlamming van de motoriek. Het binnenoor – dat niet alleen horen regelt, maar ook oriëntatie en evenwicht – raakt overstuurd. Het lichaam weet niet meer waar boven of onder is. Mensen zakken door de knieën, raken gedesoriënteerd, kunnen niet meer communiceren, niet meer vluchten, niet meer denken.

 

Het verontrustende aan deze technologie is niet enkel haar effectiviteit, maar haar onzichtbaarheid. Er zijn geen wonden, geen rook, geen puin. Geweld wordt fysiologisch en administratief, moeilijk aantoonbaar, juridisch diffuus. Het is een vorm van macht die perfect past in een tijdperk dat conflict wil neutraliseren zonder het te erkennen.

7. Bondgenoten, burgers en de interne periferie

 

Een imperium dat zijn morele grenzen verliest, maakt uiteindelijk geen scherp onderscheid meer tussen buiten en binnen. Bondgenoten worden instrumenteel behandeld, burgers potentiële risico’s. De logica die in verre oorlogen werd ontwikkeld, wordt toepasbaar op binnenlandse onrust, op migratie, op politieke dissidentie. Wat vandaag uitzonderlijk lijkt, kan morgen als noodzakelijk worden gepresenteerd.

 

Voor Europa, en voor Vlaanderen in het bijzonder, ligt hier een waarschuwing. De verleiding om veiligheid, orde en efficiëntie boven rechtsstatelijke principes te plaatsen, is niet louter Amerikaans. Ook hier worden noodwetten, surveillance en administratieve uitsluiting genormaliseerd. De geschiedenis leert dat de erosie van vrijheid zelden luidruchtig begint. Zij begint met redelijke argumenten, met tijdelijke maatregelen, met het idee dat “de omstandigheden” uitzonderlijk zijn.

 

 

8. Tragische slotsom

 

Het Westen staat op een kruispunt dat eerder door andere beschavingen werd betreden. De Atheense democratie, het Romeinse Rijk, de grote imperia van de vroegmoderne tijd: allen kenden zij een moment waarop macht en veiligheid belangrijker werden dan recht en maat. Thucydides beschreef het morele verval, Arendt de structurele ontmenselijking, Spengler de onvermijdelijke uitputting van een cultuur die haar ziel verliest.

 

De vraag is niet of technologie, veiligheid en orde nodig zijn. De vraag is of zij nog worden ingebed in een onvoorwaardelijk begrip van menselijke waardigheid. Wanneer rechten voorwaardelijk worden, wanneer uitzonderingen permanent worden, en wanneer geweld technisch en onzichtbaar wordt gemaakt, dan nadert een beschaving het punt waarop zij zichzelf niet langer herkent.

 

De spiraal van geweld die in verre landen begon, draait nu inwaarts. Zij treft eerst de randgroepen, dan de dissidenten, en uiteindelijk de kern. Dat is geen profetie, maar een historisch patroon. En zoals alle tragedies voltrekt zij zich niet in één dramatische scène, maar in een reeks ogenschijnlijk rationele beslissingen, elk op zich verdedigbaar, samen onomkeerbaar.

 

Sacha Vliegen

 

 

 

 

Bronnen 

 

Arendt, H. (1951). The Origins of Totalitarianism. New York: Harcourt, Brace & Company.

 

Amnesty International. (2025). USA: Human rights violations in migrant detention facilities in Florida. Amnesty International.

 

Costs of War Project. (2024). Human Rights and Civil Liberties in the War on Terror. Watson Institute, Brown University.

 

Maurer, J. H. (2017). Thucydides and the tragedy of Athens: A parable for modern democracies. Foreign Policy Research Institute.

 

Merry, R. W. (2013). Spengler & Imperial America. The American Conservative.

Scott, O. (2026). Trump claims secret “sonic weapon” used in Venezuela operation. The Independent.

 

United States Congress. (2021–2026). Infrastructure Investment and Jobs Act – Vehicle safety provisions.

 

Physicians for Human Rights. (2020, 27 oktober). Health impacts of crowd-control weapons: Acoustic weapons. Physicians for Human Rights.

 

Lubner, R. J., Kondamuri, N. S., Knoll, R. M., Ward, B. K., Littlefield, P. D., Rodgers, D., … & Kozin, E. D. (2020). Review of audiovestibular symptoms following exposure to acoustic and electromagnetic energy outside conventional human hearing. Frontiers in Neurology, 11, Article 234.

Reactie plaatsen

Reacties

Sanctorum Johan
16 dagen geleden

Boeiende visie op de transitie van politieke macht naar totalitaire logica. Persoonlijk denk ik dat klassieke oorlogen zullen verdwijnen. In de plaats komt de oorlog van overheid versus individu, waarin de overheden elkaars objectieve bondgenoten zullen worden. Zie de as Trump-Poetin. Dit postmoderne fascisme zal ook totaal andere dissidente strategieën noodzakelijk maken.