Jürgen Habermas verdient een ode. Niet alleen als denker van formaat, niet alleen als erudiet verdediger van het filosofische gesprek, maar zonder meer als één van de allergrootste filosofen van na de Tweede Wereldoorlog. Zijn oeuvre heeft generaties gevormd, zijn begrippen hebben het intellectuele landschap van Europa mee afgebakend, en zijn inspanning om de moderniteit in haar crisis te begrijpen blijft indrukwekkend. Ook wie uiteindelijk niet met hem meegaat, kan niet anders dan erkennen dat Habermas een figuur is van het hoogste filosofische gehalte: ernstig, systematisch, moreel gedreven en intellectueel onvervangbaar.Voor Feniks is Habermas daarom geen tegenstander die men achteloos opzijschuift. Integendeel. Hij is een denker met wie men zich moet meten. Juist omdat hij de laatmoderne samenleving zo scherp heeft geanalyseerd, juist omdat hij de aantasting van gemeenschap, de vermarkting van het leven en de uitholling van het publieke gesprek zo indringend heeft beschreven, is hij een filosoof die respect afdwingt. Er zijn wezenlijke verschillen tussen zijn visie en de onze, maar er zijn ook duidelijke raakvlakken die erkenning verdienen.