Spengler and the declining powers of the West.

More than a century after Oswald Spengler published The Decline of the West, the questions he posed have returned with renewed urgency. Not because his morphology of history can simply be applied as prophecy, nor because the present can be reduced to the repetition of Roman or any other analogies, but because he compelled his readers to ask whether civilizations first decay outwardly or inwardly: in institutions, in symbols, in self-understanding, and in the relation between power and form (Spengler, 1926; Hughes, 1991; Farrenkopf, 2001). The issue today is not whether one must accept Spengler’s determinism in full. It is whether his distinction between living culture and late civilization still illuminates a West that retains immense technical, military, and financial capacities, yet appears increasingly uncertain of its own meaning, hierarchy of ends, and civilizational confidence (Spengler, 1926; Engels, 2021).The meaning of the West is becoming less self-evident as the world ceases to revolve around a single center of power. The United States and Europe are both being drawn into a process of redefinition, compelled to reconsider what they are, what they still represent, and what place they can realistically claim in a geopolitical landscape that is growing more fractured, more competitive, and more openly multipolar. The Atlantic certainties that shaped the late twentieth century have not vanished, but they no longer structure political reality with the same ease or authority. The language remains familiar, yet its content is increasingly unstable. Democracy, sovereignty, security, and international order are still invoked as if their meaning were obvious, but they now conceal widening divergences in political instinct and strategic purpose. In the United States, the tension is increasingly visible between democracy as procedure and democracy as collective self-government; in Europe, between universal norms and structural dependence. A similar ambiguity runs through foreign policy. The same Atlantic order that continues to speak in the language of rights, legality, and collective security has in recent years supported or enabled wars whose strategic logic appears ever harder to reconcile with any coherent universal principle. The handling of Israel’s wars, the broader confrontation with Iran, and the hesitant, divided European response all suggest that the West has entered a period in which its inherited vocabulary still survives, but the political world that once gave that vocabulary coherence is being steadily transformed (Spengler, 1926; Mearsheimer, 2001; Manners, 2002).

Lees meer »

De lessen van Aristoteles en Cicero

Ons samenlevingsmodel loopt tegen zijn grenzen aan. In het publieke debat wordt deze spanning vaak gereduceerd tot de opkomst van populisme, alsof een handvol politieke figuren de oorzaak zou zijn van een diepere ontwrichting. Maar een beschaving valt zelden door één element. Een populist kan nog zo geslepen en destructief zijn, hij opereert altijd binnen een context die zijn opkomst mogelijk maakt. Er is vandaag meer aan de hand. We bevinden ons op het kruispunt van meerdere crisissen die elkaar versterken: een geopolitieke verschuiving waarin het unipolaire moment zijn einde nadert, een economische kwetsbaarheid die zich uit in dreigende stagflatie, en een technologische achterstand die Europa steeds afhankelijker maakt van externe machten. Maar misschien nog fundamenteler is de morele crisis: het verlies van gedeelde waarden en het onvermogen om nog te bepalen wat wij als samenleving verdedigen. Dit is geen oppervlakkige crisis, maar een existentiële.

Lees meer »

Het Westen exporteert geen democratie maar vernietiging

Het Westen vertelt zichzelf graag een heldhaftig verhaal. Wanneer het intervenieert, bezet, bombardeert, sanctioneert of regimewissels steunt, doet het dat naar eigen zeggen niet uit dorst naar macht, maar uit morele roeping. Het zou geen wereldrijken meer bouwen, maar vrijheid verspreiden. Het zou geen beschavingsstrijd voeren, maar mensenrechten beschermen. Het zou geen chaos zaaien, maar instellingen oprichten. Het klassieke mantra is bekend: wij brengen geen overheersing, wij brengen democratie.

Lees meer »

Iran: het begin van een conflict dat het Westen niet kan winnen

Wanneer het Westen oorlog voert, gebeurt dat zelden met een diep historisch bewustzijn van zijn eigen positie. Het spreekt liever in de taal van de techniek: interventie, afschrikking, stabilisering, regime change, democratisering, preventieve veiligheid. Die woorden geven de indruk dat oorlog een rationeel instrument is, een beheersbare ingreep binnen een grotere strategie, een tijdelijke operatie waarmee men een regionaal probleem oplost. Maar die terminologie verbergt vaak meer dan zij verklaart. Achter die ogenschijnlijk pragmatische taal schuilt doorgaans een dieper patroon: de weigering van het Westen om te erkennen dat het niet langer vanzelfsprekend het centrum van de wereldgeschiedenis vormt.

Lees meer »

Jürgen Habermas: een filosoof die een ode verdient

Jürgen Habermas verdient een ode. Niet alleen als denker van formaat, niet alleen als erudiet verdediger van het filosofische gesprek, maar zonder meer als één van de allergrootste filosofen van na de Tweede Wereldoorlog. Zijn oeuvre heeft generaties gevormd, zijn begrippen hebben het intellectuele landschap van Europa mee afgebakend, en zijn inspanning om de moderniteit in haar crisis te begrijpen blijft indrukwekkend. Ook wie uiteindelijk niet met hem meegaat, kan niet anders dan erkennen dat Habermas een figuur is van het hoogste filosofische gehalte: ernstig, systematisch, moreel gedreven en intellectueel onvervangbaar.Voor Feniks is Habermas daarom geen tegenstander die men achteloos opzijschuift. Integendeel. Hij is een denker met wie men zich moet meten. Juist omdat hij de laatmoderne samenleving zo scherp heeft geanalyseerd, juist omdat hij de aantasting van gemeenschap, de vermarkting van het leven en de uitholling van het publieke gesprek zo indringend heeft beschreven, is hij een filosoof die respect afdwingt. Er zijn wezenlijke verschillen tussen zijn visie en de onze, maar er zijn ook duidelijke raakvlakken die erkenning verdienen.

Lees meer »

Na de NAVO, een nieuwe kans voor Europa

Europa staat voor een paradox die we te lang hebben willen ontkennen. Hoe meer we roepen dat “de Europese veiligheid” heilig is, hoe duidelijker het wordt dat we die veiligheid niet zelf beheren. Ze is uitbesteed—aan een alliantie die ooit logisch was, maar die vandaag wankelt onder het gewicht van een veranderde wereld én een veranderde Verenigde Staten.

Lees meer »